Angst voor apenpokken, maar ook voor stigma ‘homoziekte’ (NRC)

Sinds de recente uitbraak van apenpokken in Europa staan zorgverleners en belangengroepen voor een dilemma: hoe benoem je de grootste risicogroep van dit moment, mannen die wisselende sekscontacten hebben met mannen, zonder een seksuele minderheid te stigmatiseren? Met de stijging van het aantal besmettingen groeit de onrust onder de mannen. Om te worden besmet, maar ook om als zondebok te worden aangewezen.

Wat betekent het nog om hiv te hebben, veertig jaar na het begin van de epidemie?

Veertig jaar geleden werd de eerste aidspatiënt een Nederlands ziekenhuis binnengebracht. Waar een hiv-infectie in 1981 nog je dood betekende, worden veel mensen met hiv in 2021 even oud als de gemiddelde Nederlander. Ze kunnen het virus bovendien niet meer overdragen. Toch hebben sommigen van hen last van stigma: ze worden aan het einde van het tandartsspreekuur geplaatst, of merken dat zorgverleners voor de zekerheid dubbele handschoenen aantrekken. Voor NRC sprak ik drie mensen over wat het voor hen nog betekent om hiv te hebben.